Abu Simbel

Abu Simbel

Abu Simbel ligt 280 kilometer ten zuiden van Aswan, aan de oever van het Nassermeer. De twee rotstempels van Ramses II werden in de jaren 60 intact verplaatst om ze te redden van het stijgende water achter de nieuwe dam. Voor veel mensen is dit het indrukwekkendste wat ze in Egypte zien.

De tempels

De grote tempel heeft vier zittende standbeelden van Ramses II aan de voorgevel, elk 20 meter hoog. Het interieur gaat 60 meter diep de rots in en eindigt in een heiligdom met vier beelden — van Ramses zelf, en van de goden Amun, Ra-Harachte en Ptah. Twee keer per jaar, op 22 februari en 22 oktober, schijnt de opgaande zon precies zo dat het licht tot diep in het heiligdom reikt en drie van de vier beelden belicht. Alleen Ptah, god van de duisternis, blijft in de schaduw. Deze data trekken extra bezoekers.

De kleinere tempel ernaast is gewijd aan koningin Nefertari, een opmerkelijk eerbetoon — normaal gesproken kregen koninginnen geen eigen tempel van deze omvang.

Vliegen of rijden?

EgyptAir heeft dagelijkse vluchten van Aswan naar Abu Simbel (45 minuten, 60-100 euro retour). Comfortabel en snel, maar je ziet niets van de woestijn onderweg.

Rijden duurt 3 tot 3,5 uur door de Nubische woestijn langs het Nassermeer. Eindeloos zand, dan ineens water, dan de tempels. De rit is onderdeel van de ervaring. Je rijdt verplicht in een georganiseerd konvooi met politiebegeleiding als je zelf rijdt, of met een tourbusje.

Wij raden rijden aan als je de tijd hebt: de woestijnrit is een deel van het verhaal.

Praktisch

Vertrek bij rijden om 4 uur 's ochtends uit Aswan om de tempels bij zonsopgang te zien. Ticketprijs ter plaatse: circa 240 EGP. Reken op 2 uur voor beide tempels. Neem ruim water mee: er is weinig aanbod in de buurt. Overnachten in Abu Simbel is mogelijk (twee kleine hotels) — dan kun je de zonsopgang rustig meepakken zonder vroeg uit Aswan te hoeven.