Modern Egypte: van Napoleon tot de Republiek

De moderne geschiedenis van Egypte begint met een inval in 1798: Napoleon Bonaparte en 167 wetenschappers die de oudheid kwamen bestuderen en een kantelmoment veroorzaakten. In de twee eeuwen daarna doorliep Egypte een modernisering, een kanaalrevolutie, een Britse bezetting, een nationalistische revolutie en de uitdagingen van de eenentwintigste eeuw. Het land dat je vandaag bezoekt is het product van al die lagen samen.

Napoleon en de egyptologie

Op 1 juli 1798 landde Napoleon Bonaparte met 36.000 soldaten bij Alexandrië. Militair had de expeditie een duidelijk doel: de handelsroutes naar India van de Britten afsluiten. Maar Napoleon nam iets mee wat zijn opvolgers niet konden evenaren: 167 wetenschappers, cartografen, botanici, ingenieurs en kunstenaars die de opdracht kregen het land volledig te documenteren.

Het resultaat was de Description de l'Égypte, een encyclopedisch werk in meerdere delen dat de westerse kennis over het oude Egypte voor altijd veranderde. Zijn soldaten ontdekten bij het havenstadje Rashid (door de Fransen "Rosette" genoemd) een zwarte granieten steen met dezelfde tekst in drie schriften: hiërogliefenschrift, oud-Grieks en demotisch. De Steen van Rosetta hielp taalkundige Jean-François Champollion in 1822 de hiërogliefen te ontcijferen. Alles wat we nu weten over de faraonische beschaving, begint bij die ontcijfering.

Napoleon verliet Egypte in 1799, een jaar na zijn aankomst. De militaire campagne liep op niets uit: de Britse marine versloeg zijn vloot bij de Slag op de Nijl en de tocht naar Syrië mislukte. Maar de wetenschappelijke erfenis van zijn expeditie was enorm en legde de basis voor de moderne Egyptologie. De Steen van Rosetta bevindt zich vandaag in het British Museum in Londen.

Muhammad ali en de modernisering

Uit de chaos na Napoleons vertrek steeg één man boven de rest uit: Muhammad Ali (geen relatie tot de bokser), een Albanees-geboren officier in Ottomaans dienst. In 1805 greep hij de macht in Egypte en begon een moderniseringsprogramma dat het land transformeerde. Hij sloot de laatste Mammeluk-machtsbasis uit in een beruchte slachtpartij in de Citadel van Cairo in 1811 en begon daarna met bouwen.

Muhammad Ali stuurde studenten naar Parijs en Londen, liet een modern leger opbouwen naar Europees model, stimuleerde de katoenindustrie (Egyptisch katoen werd een wereldproduct), liet fabrieken, kanalen en wegen aanleggen en bouwde de Mohammed Ali-moskee op de Citadel die zijn naam draagt. Zijn ambitie reikte verder dan Egypte: hij veroverde Soedan, Arabië en Syrië. De Britten en Ottomanen dwongen hem uiteindelijk terug. Zijn nakomelingen, de khediven, regeerden tot 1952.

Het suezkanaal en de britse bezetting

Het Suezkanaal was het grootste infrastructuurproject van de negentiende eeuw. Het kanaal, geopend op 17 november 1869, verbond de Rode Zee met de Middellandse Zee en sneed duizenden kilometers van de route tussen Europa en Azië. De opening was een spektakel: Europese koningshuizen en staatshoofden kwamen naar Egypte, er werd een opera gecreëerd (Verdi's Aida had zijn premiere in Cairo in 1871) en er werden hotels gebouwd die er nu nog staan.

De kosten voor Egypte waren hoog: khedive Ismail had zo veel geleend voor het kanaal en zijn moderniseringsprogramma dat het land bankroet ging. In 1875 kocht de Britse premier Disraeli de Egyptische aandelen in het kanaal op. In 1882 bezette het Britse leger Egypte na een nationalistische opstand. Egypte bleef formeel een onderdeel van het Ottomaanse Rijk en later een koninkrijk op papier, maar was in praktijk een Brits protectoraat. Britse troepen bleven tot 1956 in het Suezkanaalgebied.

Nasser, de revolutie en de republiek

Op 23 juli 1952 pleegden een groep jonge legerofficieren, de Vrije Officieren, een coup. Koning Farouk, de laatste van Muhammad Ali's nakomelingen, werd afgezet en ging in ballingschap. Egypte werd een republiek.

De eerste president was generaal Mohammed Naguib, maar de werkelijke macht lag bij kolonel Gamal Abdel Nasser, die in 1954 president werd. Nasser nationaliseerde het Suezkanaal in 1956, wat leidde tot de Suezcrisis: Israël, Frankrijk en Groot-Brittannië vielen Egypte aan maar trokken zich terug na internationale druk. Nasser liet de Hoge Dam bij Aswan bouwen met Sovjet-hulp, die in 1970 werd voltooid en Egypte bevrijdde van de wisselende Nijloverstromingen. Hij werd een van de bekendste politici van de twintigste-eeuwse Arabische wereld en een icoon van het Arabisch nationalisme.

Na Nassers dood in 1970 volgde Anwar Sadat hem op. Sadat sloot in 1978 vrede met Israël via de Camp David-akkoorden, het eerste vredesverdrag tussen Israël en een Arabisch land. In 1981 werd hij vermoord door islamistische militairen. Zijn opvolger Hosni Mubarak regeerde dertig jaar. In 2011 brak de Arabische Lente uit: massale protesten op het Tahrirplein in Cairo dwongen Mubarak af te treden. Na een korte periode met een islamistische president (Mohammed Morsi van de Moslimbroederschap) greep het leger in 2013 opnieuw de macht. Generaal Abdel Fattah al-Sisi is sindsdien president.

Ga terug naar het historisch overzicht van Egypte, of lees over de islamitische verovering en de middeleeuwen.

Tips

  • Het Grand Egyptian Museum (GEM) bij de piramides van Gizeh is in 2023 volledig geopend en heeft naast de faraonische collectie ook zalen gewijd aan de latere periodes van de Egyptische geschiedenis. Plan minstens een halve dag.